Ik schrijf vanuit mezelf

CoverLegeSteden_kl

Ik denk dat een boek beter wordt als de schrijver meer van zichzelf laat zien. Vaak gaat dat op een indirecte manier. Bijvoorbeeld, wanneer ik een romantische scene schrijf, put ik uit mijn eigen ervaringen in de liefde om die te schrijven.

Soms gaat het echter op een heel directe manier, bijvoorbeeld als ik een verdrietig personage schrijf terwijl ik zelf verdrietig ben. Er is een directe één op één link tussen wat ik schrijf en wie ik ben. Als ik vrolijk ben en ik heb een blije hoofdstuk te schrijven is dat natuurlijk hartstikke leuk, maar als je verdrietig bent en je moet uit dat verdriet putten om je verhaal te kunnen schrijven is dat voor een schrijver natuurlijk moeilijk – althans, voor mij.

Toen ik bijna zes jaar geleden aan Lege steden begon was ik somber – iets dat zijn weerslag vindt in het begin van het boek dat over een depri Werner Boren gaat – maar daarnaast had ik angsten. Ik was bang in het donker en ik had bijna elke nacht nachtmerries. Vooral dromen waarin enge monsters voorkwamen, waar ik midden in de nacht wakker van schrok en niet meer van durfde te slapen. (Dat is nu al lang over, gelukkig.)

 

fantomen

Ik heb deze angst linea recta in het boek verwerkt: in het verhaal komen angstaanjagende monsters voor die ontstaan uit het donker en zich schuil houden in de schaduwen. Mijn eigen dromen als slechterik in het boek.

De stukken in Lege steden waar deze fantomen in voorkomen zijn bloedstollend spannend en ik geloof dat dat een stuk minder zou zijn als ik iets anders had gebruikt (slijmmonsters, bijvoorbeeld). Juist omdat die passages uit mezelf komen zijn ze zo goed geworden. Het boek is beter geworden omdat ik mezelf laat zien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *