Splinterview Likaiar

Door Linda van OostendorpSplinters

Op een mooie, warme dag mag ik schrijfster Likaiar interviewen in een speciaal daarvoor opgeruimd huis, onder het genot van een kop thee. Als Likaiar niet schrijft studeert ze wiskunde en komend semester loopt ze stage op een school om haar eerstegraads bevoegdheid te halen. Dat ziet ze ook als haar toekomst: docente wiskunde, met schrijfster ernaast.

Maar dit interview gaat over je schrijfcarrière! Om te beginnen: je hebt natuurlijk een hele moeilijke schrijfnaam gekozen. Wat betekent Likaiar?

Helemaal niets! Ik had ooit een naam nodig voor een forum. Eerst ging ik anagrammen maken van mijn eigen naam, maar die werkten allemaal niet of werden al door tien mensen op het internet gebruikt. Toen deed ik wat ik normaliter doe als ik namen moet verzinnen: ik zette gewoon random letters achter elkaar. Likaiar kwam daaruit. Dat gaf bij het googelen nul hits en werd daarom mijn naam. Naarmate ik serieuzer begon te worden met schrijfwerk, was het al zodanig mijn pseudoniem dat ik er niet meer vanaf kwam. In retrospectief had ik misschien beter een ander pseudoniem gekozen, maar ja, nu zit ik er ‘aan vast’.

Het idee achter mijn echte naam niet vermelden is dat ik voor de klas ga in de toekomst, en er is mij verteld dat leerlingen je googelen. Ik wil niet dat het eerste zoekresultaat mijn boeken zijn,  want dan komt dat ook als eerste in de klas naar boven. Ik wil liever als docent voor de klas staan dan als schrijver.

Zijn er bepaalde rituelen die je volgt voordat je gaat schrijven of tijdens het schrijven?

Als ik echt goed op dreef wil komen, dan zorg ik dat ik mijn bureau opgeruimd heb, dat er niks ligt in mijn …

Persoonlijke bubbel

Ja, persoonlijke bubbel! Als er troep in mijn omgeving (lees: mijn huis) is, dan komt er troep in mijn hoofd en dan kan ik minder goed werken. Dus mijn bureau moet leeg zijn en als ik een half uur ervoor ga zitten moet ik zorgen dat ik alles wat ik nodig heb in dat halve uur bij me heb. Zoals thee en snacks en al mijn papier en dingen, die liggen allemaal om mij heen.

Ik heb een schoenendoos  staan en als mijn bureau heel erg wordt dan trek ik die schoenendoos open en veeg ik alles daarin. En dan stuk voor stuk: ‘Dit is een pen dit mag in mijn pennenbakje, dit is iets wat niet op mijn bureau hoort’. Eerst alles eraf en dan alleen terugleggen wat er hoort.

Omgeving leeg, zorgen dat ik thee heb voor het komende half uur, even plassen, dat soort dingen en dan ga ik er een half uur voor zitten.

En schrijf je dan altijd in een half uur of heb je bepaalde tijden?

Ik werk eigenlijk meestal in blokken van 25 minuten. En dat geldt zowel voor mijn schrijfwerk als mijn scriptie en ander werk.

Wie of wat zijn je invloeden of inspiraties voor je verhalen?

Dat vind ik heel moeilijk om te zeggen, want het is gewoon alles.

Iets uit het dagelijks leven, of andere schrijvers, of…?maaike vierkant2

Voor een deel dagelijks leven, en andere dingen die ik lees en waar ik dan over ga nadenken. Ik ben bijvoorbeeld met een serie bezig en die is ooit eens ontstaan omdat ik tijdens een spel dacht: ‘Ja maar dat is eigenlijk best een interessant idee’. Ik ben dat gaan uitwerken en uiteindelijk is het veel meer dan dat idee geworden, maar dat was wel het begin van de toekomstige serie.

 

Hoe lang heb je eigenlijk aan ‘Een laatste dag’ gewerkt?

In totaal een jaar, of zelfs langer denk ik. Het idee had ik voor de Fantasy Strijd Brugge in 2014. Dat was dus een verhaal van een necromancer, of in goed Nederlands een dodenbezweerder (ook al heb ik die term expres vermeden in het boek), die per ongeluk een klein meisje tot leven wekt. Fantasy Strijd is maar 1500 woorden en ik had al vrij snel door ‘dat wordt hem niet’, dus ik heb daar niet aan meegedaan. Ik heb het verhaal uitgewerkt voor Fantastels en daarna is het gewoon maanden blijven liggen tot de prijsuitreiking.

Bij die gelegenheid zei de uitgever van Splinters: “Ik ga het uitgeven” en toen ben ik weer voorzichtig  aan de slag gegaan. De daadwerkelijke datum dat Quasis het moest hebben werd eerder dan oorspronkelijk gepland, dus toen ben ik harder gaan werken. Ik denk dat ik in juni weer begonnen ben en in juli is het bekend gemaakt en toen ging het allemaal heel snel. Toen had ik covers en ISBN nummers en was het echt.

Je bent nu dus de eerste Splinter.

Ja!

Wat vind je daar van?

De druk is wel groot. Iedereen moet door mijn verhaal enthousiast worden over de Splinters  en ik word daar wel zenuwachtig van. Een deel van mijn hoofd wijst op mijn beginnerstatus en vraagt of ik het recht wel heb om als eerste Splinter te beginnen, maar dan denk ik maar dat ik dat niet bepaal. De uitgever heeft dat nu zo bepaald en dus is het zo.

Daarnaast wil ik ook gewoon een goed verhaal neerzetten, omdat het mijn eerste verhaal is en ik wil dat iedereen enthousiast wordt van en over mij. Uiteraard vind ik het ook gewoon supercool. Dat de nieuwe serie er komt met allemaal grote namen zoals Steph Swainston, Isa Maron, Pen Stewart. Daar kunnen we straks allemaal iets van lezen en ik mag hun inleiden, dat vind ik toch wel een eer.

Zeker! Wat vind je van het Coverinitiatief Splinters?

Goed! Ja, ik vind het geweldig dat er iets komt voor korte verhalen en dat je ze niet per bundel koopt. Ik vind het ook goed dat het betaald wordt; natuurlijk omdat betaald worden als schrijver fijn is, maar voornamelijk omdat het een trend zet.  Ik merk dat voor heel veel verhalen nauwelijks wordt betaald en dat er nauwelijks wordt geredigeerd. Juist omdat Splinters een heel  serieus initiatief is geeft het misschien de korte fantasyverhalen een boost, waarvan ik denk dat het dat wel nodig kan hebben.

Op je blog (www.likaiar.nl) noemde je jezelf een hele tijd ‘aspirant schrijver’. Maar je hebt nu een gepubliceerd verhaal, je was 8e in Fantastels… je timmert aardig aan de weg. Wat is je nummer 1 tip voor mensen die dit ook wel zien zitten?

Schrijven is geen solitaire bezigheid. Het is belangrijk dat je andere schrijvers leert kennen, dat je daarmee in gesprek gaat over hoe zij bepaalde problemen oplossen, dat je andere mensen naar je werk laat kijken. En dan niet alleen je dichtstbijzijnde vrienden die je werk fantastisch vinden. Dat is het natuurlijk ook, maar je hebt hier en daar opbouwende kritiek nodig. Die kritiek moet je echt zoeken. En daar moet je ook open voor staan, anders betert het niet.

Dus mijn nummer 1 tip is inderdaad dat schrijven geen solitaire bezigheid is en hoewel je het vaak alleen doet, moet je echt op zoek naar andere schrijvers. En je moet naar buiten, want als je in je eigen wereld blijft dan leer je nooit nieuwe dingen om over te schrijven.

Een laatste dag verschijnt 19 september bij Quasis. Wil je hem als eerste én gesigneerd hebben? Kijk dan HIER om te bestellen.

Comments

  1. Beantwoorden

    • By webmaster

      Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *